Oude Volken



Wat hebben oude beschavingen ons gebracht? In het nieuwe seizoen zullen we hier regelmatig aandacht aan besteden. Hier alvast een voorproefje.

De Azteken Ongeveer 50.000 jaar geleden kwamen de eerste mensen vanuit Azië naar Amerika. Ze trokken over wat nu de Beringstraat is, over een landlengte die de twee continenten toen nog met elkaar verbond. Er gingen duizenden jaren voorbij voordat hun nakomelingen zich over het hele continent hadden verspreid. Wat is er allemaal gebeurd voordat de Azteken zich op de eilandjes in het Texcoco-meer hadden gevestigd? De Eerste Mexicanen De eerste Mexicanen leefden in kleine groepen. Ze jaagden en verzamelden zaden, fruit en noten. Langzaam trokken ze naar het zuiden tot ± 10.000 jaar geleden een paar stammen in wat nu de Vallei van Mexico is, ontdekten hoe ze hun eigen maïs en pompoenen konden verbouwen. Ongeveer 3000 jaar voor Chr. hadden deze eerste Mexicanen boeren- gemeenschappen gesticht en geleerd hoe ze potten moesten bakken en stoffen moesten weven. Door archeologische onderzoeken zijn we erachter gekomen dat ze mensenoffers brachten en kannibalisme bedreven. De Olmeken Rond 1200 voor Chr. ontstond de Olmeekse beschaving. De Olmeken leefden in de oerwouden langs de oostkust. Ze bouwden ceremoniële centra met stenen piramiden, paleizen en standbeelden. Ze hadden een hoog ontwikkelde godsdienst, gebaseerd op de verering van de jaguar.

Ook hadden ze verstand van wiskunde en astronomie en ze dreven handel met de Maya's die in het oosten leefden en met volkeren die later de Zapoteken en de Mixteken genoemd zouden worden. De Stad Teotihuacan Tussen 300 en 750 na Chr. kreeg een ander volk de overhand in de Vallei van Mexico. Als hoofdstad bouwden ze Teotihuacan: "Verzamelplaats der Goden", een prachtige stenen stad met enorme piramiden. Dit Teotihuacaanse rijk bleef twee eeuwen lang bestaan en de inwoners werden rijk door de handel. Maar de stad werd vernietigd, al is het niet duidelijk door wie. Misschien dat de Teotihuacanen hun stad zelf hebben vernietigd in een tijd van hongersnood en opstand, maar het kan ook zijn dat een ander volk de stad heeft veroverd en vernietigd.
De Tolteken Rond 1000 en 1150 kregen de Tolteken het gezag over een groot rijk in Mexico. Ze bouwden piramiden en gewijde balvelden in hun hoofdstad Tula. Het was een woest en oorlogszuchtig volk. In het leger vochten moedige soldaten die ridders van de Adelaar en van de Jaguar werden genoemd. Ze brachten mensenoffers en vereerden veel dezelfde goden als de Olmeken en Teotihuacanen. Net voor 1200 werd Tula aangevallen en vernietigd door waarschijnlijk de Chichimeken of het "Hondvolk", een volk uit het noorden. De Azteken Het laatste volk dat in de Vallei van Mexico leefde, werd de Mexica's of Tenochca's genoemd. Het was een arme, rondtrekkende stam die Nahuatl sprak, de taal die ook door de Tolteken werd gebruikt. Dit waren de Azteken, verschoppelingen die nergens een plek om te wonen konden vinden. Ze vestigden zich overal waar ruimte was, totdat ze weer weggejaagd werden. Tenslotte namen ze hun toevlucht tot een moerassig eiland in het Texcoco-meer, het enige stukje land in Mexico waar niemand wilde wonen. Tussen 1325 en 1345 bouwden ze daar een dorp dat uiteindelijk zou uitgroeien tot de hoofdstad van het Azteekse rijk, Tenochtilan. De Opkomst van de Azteken Volgens hun eigen legenden woonden de Azteken eerst op Aztlan, een eiland in een meer. Met kano's zijn ze naar het vasteland gevaren en vonden daar een standbeeld van hun god Huitzilopochtli, die vertelde dat ze met een paar andere stammen naar een nieuw land moesten reizen. Tijdens hun reis vielen er steeds volkeren af, omdat die onderweg een plaats hadden gevonden om zich te vestigen. Maar de Azteken reisden verder tot de Vallei van Mexico, waar de andere stammen al het goede land al hadden bezet. Om te laten zien waar de Azteken hun dorp moesten bouwen, gaf hun god hen een teken: waar een adelaar op een cactus zit en een slang verslindt, moest het dorp komen. Het dorp werd Tenochtitlan genoemd, wat "De Plek van de Cactus" betekent. Ze bouwden hutten van leem en riet om in te wonen en ze vingen vogels, kikkers en vissen om van te leven. Er was geen hout, dus moesten ze handel drijven met volkeren van het vasteland om materialen te krijgen om de eerste echte huizen mee te bouwen. Doordat ze ook nog eens schatting (een soort belasting) moesten betalen aan de machtige Tepaneken, die langs de kust woonden, hielden ze maar net genoeg voedsel over om van te leven. De rijkere volkeren rond het meer keken op de Azteken neer, maar de Azteken gingen vooruit; ze leerden vlotten bouwen die ze in de moerassen vastlegden en als drijvende tuinen gebruikten. Op deze chinampa's gebruikten ze vruchtbare modder uit het meer als grond. Dit leverde goede oogsten op. De ruimte tussen de chinampa's vulden ze op, zo konden ze weer meer huizen bouwen. Ook legden ze een dam aan naar het vasteland en naar andere eilanden om makkelijker te kunnen reizen. Het oorspronkelijke, moerassige gebied veranderde zo in een drukke, welvarende stad en ook op andere eilanden begonnen de Azteken dorpen te bouwen. Veroveringen Omstreeks 1426 sloten de Azteken zich aan bij volkeren van andere steden aan het meer, zoals Tlateloco, Tlacopan en Texcoco. Samen versloegen ze de Tepaneken. Het veroverde land werd verdeeld onder de overwinnaars, waardoor de Azteken vaste voet op het vasteland kregen.Tenochtitlan, Texcoco en Tlacopan sloten het "Drievoudig Verbond", dat talloze andere steden in de Vallei van Mexico veroverde. De veroveringen namen toe tijdens het bewind van Montezuma I (1440-1468), die zijn legers het land van de Mixteken en gebieden in het oosten liet veroveren. Axayacatl en Montezuma II, andere Azteekse keizers, zetten de veroveringen voort. Tlacopan en Texcoco kwamen ook onder invloed van de Azteken. Niets leek de groei te kunnen stoppen, totdat in 1519 het nieuws kwam dat witte mannen, in boten zo groot als bergen, de kust hadden bereikt. Twee jaar later was er helemaal niets meer van het Azteekse rijk over. Het Azteekse Rijk Het Bestuur In 1519 liep het Azteekse rijk in Mexico van de Atlantische Oceaan tot aan de Stille Oceaan. Deze beschaving telde zo'n 15 miljoen mensen, verdeeld over bijna 500 grote steden en dorpen en 38 provincies. Een paar van die steden waren groter en beter georganiseerd dan welke toenmalige Europese stad dan ook. De bevolking bestond uit verschillende stammen, elk met hun eigen gebieden en eigen tradities. Ze werden bestuurd door de machtigste van alle stammen: de Azteken.

Als de Azteken een stad veroverden, was het niet hun bedoeling om het dagelijks leven van de inwoners te gaan bepalen. Ze wilden eigenlijk maar drie dingen:
• ten eerste moesten alle onderdanen van het rijk naast hun eigen stamgoden ook de Azteekse god Huitzilopochtli vereren
• ten tweede moest elke stad schatting betalen aan Tenochtitlan en
• ten derde moest iedere stad onvoorwaardelijk trouw en gehoorzaam zijn aan de Azteken, bijvoorbeeld door soldaten te leveren in tijden van oorlog.
Vijanden De Azteken veroverden vele gebieden, maar er waren een paar volkeren die ze nooit hadden kunnen overwinnen: de Tarascanen die in het westen woonden en de Tlaxcalanen, die dichterbij woonden en een grote hekel hadden aan de Azteken. Zij sloten zich uiteindelijk ook aan bij de Spaanse indringers en speelden een belangrijke rol bij de vernietiging van het Azteekse rijk.

De Azteken kenden veel wetten. Voor bijna ieder onderdeel van het dagelijks leven was er een wet, zoals o.a. voor misdaad, scheiding en grondbezit. Er was geen vast wetboek, zo kon het dus voorkomen dat een wet van plaats tot plaats verschilde. Er bestonden veel wetten voor het in stand houden van het klassenstelsel Een voorbeeld hiervan is dat gewone burgers niet de katoenen kleding van de edelen mochten dragen.

Andere weten beschermden de middelen van bestaan van de mensen, stelen van gewassen was bijvoorbeeld een zware misdaad en dronkenschap kon helemaal niet!
De Rechtbank Eenvoudige strafzaken werden door plaatselijke rechtbanken geregeld. Er werd dan rechter gespeeld door oudere krijgers. Ernstigere zaken kwamen in Tenochtitlan voor, bij de teccalco rechtbank, waar meer ervaren rechters zaten. Ernstige zaken en zaken waar edelen bij waren betrokken, werden door een nog hogere rechtbank gehoord. De zitting hiervan was in het keizerlijk paleis. Straffen De Azteken kenden geen gevangenisstraf, dus misdadigers moesten op een andere manier gestraft worden. Bij kleine vergrijpen moest de schuldige de schade van de benadeelde partij vergoeden; hij moest bijvoorbeeld bij het uitlokken van een vechtpartij betalen voor de medische behandeling en beschadigde materialen vervangen. De tweede manier om gestraft te worden was door middel van slavernij. De misdadiger moest als slaaf voor de benadeelde partij werken totdat de schade dubbel was terugbetaald. Voor zware misdaden als moord, stelen op de markt, struikroverij en openbare dronkenschap, kon men de doodstraf krijgen. Als de dader nog geen strafblad had, kreeg hij een lichtere straf: zijn hoofd werd dan kaalgeschoren of zijn huis werd gesloopt. Het was een feit dat edelen strenger gestraft werden dan gewone mensen.

Verzameld door Annemiek.


©2006 nTr
home   vorige pagina